
Amper 10 dagen hadden mijn reisgenote Sonja Olthof en ikzelf
de tijd om in NOORD ENGELAND, SCHOTLAND & IERLAND de zee- en klifvogels te
filmen en fotograferen. Op het programma stonden 5 belangrijke punten: 1) De
Papegaaiduikers en hun familieleden op de Farnes, 2) Schots Sneeuwhoen in Noord
Thumberland, 3) De Jagers op Handa Island, 4) Een boottocht naar de Cliffs of
Moher in West-Ierland en 5) een bezoek aan onze vrienden van
BIRDGUIDES in hun office in het hartje
van Londen. Tot ons beider verbazing konden we ons aan een strak reisschema
houden en lukte het ons niet alleen onze geplande taken af te werken maar ook om
bevredigende beelden te schieten op alle geplande locaties. Lees hieronder hoe het
ons verging en waan je heel even in de landen van Whisky, donker bier, prachtige
landscapes en duizenden zeevogels.
DAG 1: 6 juni 2008 HEENREIS: ESEN - OOSTENDE - RAMSGATE - HOLY ISLAND
Onze boot vertrekt om
7.30 uit Oostende en met ruig, slecht weer komen we omstreeks 12.00 uur aan in
Ramsgate. Een lange rit brengt ons naar het uiterste noordoosten van Engeland
waar we op een aangegeven locatie bij Redcar en Cleveland tevergeefs zoeken naar
Schotse Sneeuwhoenders. We zien wel een koppeltje Goudvinken en Grote Lijsters.
Daar we wegens het tij maar om 21.30 op Holy Island terecht kunnen, rijden we
even langs het kustdorpje Seahouses van waaruit we straks naar de Farne Islands
varen. Het havenstadje is zeer pittoresk en heeft een fantastische kroeg en nog
slechts een half uurtje van onze eindbestemming verwijderd laten we ons een
eerste Guinness verrukkelijk smaken! De voornaamste vogels in het stadje zijn
Boerenzwaluw, Huiszwaluw, Gierzwaluw, Zilvermeeuw,
Kokmeeuw, zingende Rotspiepers en
Rouwkwikstaart. In de haven dobberen enkele Eidereenden. Op de
prikkeldraden langs de weg zien we Paapje en Geelgors en op een
nabijgelegen vennetje zitten Wilde Eenden en Bergeenden. Bij de aankomst op Holyhead staan we verstomd door het prachtige landschap. Het doet ons aan de
Nederlandse Wadden denken maar dit geldt enkel als we het eiland op rijden want
achteruit kijkend wijzen de Cheviot Hills er ons meteen op dat we ons wel
degelijk bij de grens van Schotland bevinden! De cottage “Skylark” van Max
Whitby (de baas van BIRDGUIDES) blijkt niet alleen fantastisch gelegen maar is
een prachtig huis opgetrokken in de locale stijl. Na een lange reis kruipen we
voldaan in een superzacht bed…
DAG 2: 7 juni 2008 FARNE ISLANDS & SEAHOUSES
We zijn al vroeg wakker
en met een schitterende zon kunnen we in de mooie tuin van Skylark kijken naar
verschillende Engelse tuinvogels. Een Rouwkwikstaart foerageert op het gazon, een
Houtduif wast zich in het vijvertje en op een hoog coniferentakje komt
achtereenvolgens een Kneu, Putter, Vink, Heggemus en
Merel zitten. Zoals de naam
van de cottage al deed vermoeden zingen in de onmiddellijke omgeving overal
Veldleeuweriken, roept een Koekoek en komt een Scholekster overvliegen. Het tij laat ons toe om op
tijd naar de Farne Eilanden af te zakken en met een beetje geluk boeken we de
laatste tickets voor een dagtrip. De Farnes huisvesten meer dan 100.000 paar
klifvogels waarvan de helft Papegaaiduikers! Aangekomen bij Staple Island hebben
we ogen tekort om alle nestelende zeevogels te bekijken! Vanaf de boot krijgen
we een mooi uitzicht om vanaf korte afstand de honderden Drieteenmeeuwen,
Kuifaalscholvers, Noordse Stormvogels, Alken, Zeekoeten en natuurlijk de koddige
Papegaaiduikers te fotograferen. Hier en daar vliegt een Kleine
Mantelmeeuw. Een buitenkansje zijn de Grijze Zeehonden en
als toemaatje een laag overvliegende Jan Van Gent. Eenmaal aan land raken we
nauwelijks 20 meter ver want aan onze voeten liggen de nesten van de
Kuifaalscholvers met jongen en staan de Papegaaiduikers op nauwelijks 30 meter
afstand (net tot een koord tussen ons). We genieten met volle teugen ….
Nauwelijks tijd om onze boterhammen op te eten want een Noordse Stormvogel
vliegt op zo’n 50 cm over ons hoofd. We worden opgehaald om naar Inner Farne te
zeilen en na een kwartiertje worden we er verwelkomd door bijzonder agressieve
Noordse Sterns. De vogels komen letterlijk op je kop zitten of vliegen er
rakelings overheen. Intussen laten ze het niet na om zo hard mogelijk naar je te
pikken en menig vogelkijker krijgt de volle laag. Het gedrag van deze vogels is
hier een toeristische attractie geworden die niet alle bezoekers op prijs
stellen.
De
Farnes worden immers niet alleen bezocht door ornithologen en vogelfotografen
maar (je houdt het niet voor mogelijk) ook door madammen op pumps! Meteen ook
maar de enige negatieve noot van deze reis en dit verslag: Het is gewoon een
feit dat Eco-toerisme “big business” is geworden en tegenwoordig kun je de
prijzen van een dagje vogels kijken al makkelijk gaan vergelijken met die van
een duur pretpark. Het stuit een beetje tegen de borst om te betalen om naar
iets te kijken die van iedereen is, maar zoals mijn reisgezellin Sonja zegde:
”het is niet anders…..” Zo je geen lid bent van de “Trust” wordt je aan elk
eiland door een “vrijwilliger” nogmaals 10 € aangerekend en wordt je aangemaand
om mooi op de paadjes te blijven. Als ik mijn statief even naast het touwtje zet
(vanwege de trillingen die stappen op het lattenhouten paadje veroorzaken) krijg
ik een regelrechte uitbrander en wordt ik bijna van het eiland afgestuurd!
Ach, het is niet omdat je groene vrijwilliger bent dat je niet op een pochende
en op zijn strepen staande oen kunt lijken….Als ik tussen de Grote Sterns een
Dougall’s Stern ontdek krijg ik plotseling meer “respect” maar ik zoek vlug een
stiller plaatsje op met iets minder volk (elk uur worden een honderdtal
bezoekers gedumpt) en hou me zoet met Alken, Zeekoeten, Drieteenmeeuwen en
Papegaaiduikers op of bij het nest. Ik heb het geluk om de gebrilde vorm van de
Zeekoet mooi te kunnen vastleggen en ben blij met de voedselvluchten van de
“Puffins” die rakelings langs scheren. Sonja komt me halen om een kolonie Grote
Sterns te bekijken en hoewel het licht niet optimaal is kan ik toch mooie foto’s
maken van deze (eerder kleine) kolonie. Om 4uur is het over en varen we terug
naar Seahouses waar we ons laten verleiden aan een traditionele (hoe vettiger,
hoe prettiger) “Fish and Chips”. Na een Guinness die het overtollig vet goed
wegspoelt begeven we ons naar het haventje en kunnen prachtige foto’s maken van
gevoederde Eidereenden. Even later ontdek ik een modderpoeltje met Huiszwaluwen en
kan ik er zelfs een paring (verkrachting!) van deze soort fotograferen. We keren
laat terug naar Holy Island en gaan voldaan onder de wol.
DAG 3: 08 juni 2008 HOLY ISLAND, INNER FARNE & WOOLER
Om 9 kan ik van het eiland af en besluit om
eerst wat landschapsfoto’s van het wad te maken. Ik
rij vervolgens richting binnenland en begin er met mijn zoekwerk om op een
rustige plek het Schots Sneeuwhoen te kunnen filmen en fotograferen. Ik vind
niet direct een geschikte plaats en zie alleen veel broedende Wulpen. De tijd begint te dringen want ik wil deze
middag Inner Farne nog eens bezoeken maar wil nu wel mijn filmcamera in de wagen
laten en alleen met mijn fotomateriaal het eiland op gaan. Om 14.00 kan ik
mee en opdat ik nu beter weet hoe alles in zijn werk gaat zoek ik mij een mooi
plaatsje uit op de boot. Vanaf bakboord, aan de rand van het scheepje kan ik nu
goed uit de voeten met mijn zware lens en menig fotootjes wordt geschoten nog
voor we uit de boot komen. Op de Farnes zelf concentreren we ons nu op de
Papegaaiduikers die met spiering uit de bek naar hun nestholletjes vliegen.
Helaas hebben nog niet veel vogels jongen en slechts sporadisch zien we een
vogel met voedseltransport. Ik krijg ook nog een “echte” Rotsduif voor de lens
en maak verder nog foto’s van Noordse en Grote Stern. Vlak voor het verlaten van
het eiland ontdek ik een nest van een Bontbekplevier en gelukkig komt deze na
enkele minuten weer op zijn eieren plaats nemen. Daar ik maar laat op Holy
Island terecht kan rij ik weer richting Cheviot Hills en maak kennis met Mr.
Brown, een gamekeeper die midden in de heuvels tussen uitgestrekte heidevelden
in een boerderij woont op 5 miles van het dorp. Hij geeft me de toelating om op
zijn jachtrevier te filmen en ik besluit om morgenvroeg mijn kansen te wagen.
Bij Earne zingen overal Zanglijsters en zie ik zowel de gewone Patrijs als
Rode Patrijs. Er stroomt een klein beekje langs
een ouderwetse boerderij door het dorp en met het voortdurende warme, zonnige
weer komen er heel wat vogels drinken. Ik boek hier dan ook mijn eerste resultaten van
badende Putters en Groenlingen. In het nabijgelegen valeitje vliegen 2 Buizerden
en zit een Geelgors op een hek. Ik eet iets in Wooler bij een vriendelijke
Chinees en zoek vervolgens Sonja op die vandaag op Holy Island bleef.
DAG 4: 9 juni 2008 WOOLER (NORTH THUMBERLAND)
We staan heel vroeg op en zijn al om 7 uur
in Wooler. We verrassen een (smal) Ree die over de weg loopt en kunnen daar mooie
foto’s van maken. In de heide aangekomen is het meteen prijs met een stofbadende
Veldleeuwerik die we haast beeldvullend filmen en fotograferen.

Samen met de Graspieper is dit is dit hier ongetwijfeld de talrijkste
broedvogel. Ook de Grote lijster is overal aanwezig. Maar we waren gekomen voor
“The Famous Grouse” en ja hoor! Van niet minder dan 5 verschillende koppels
Schots Sneeuwhoen konden we ook de kuikentjes zien. Alhoewel twee koppeltjes zich vlak langs de
weg tonen, merk je toch dat deze vogels uiterst schuw zijn (jacht!). We spenderen
een ganse voormiddag in de heide en rijden vervolgens naar het nabijgelegen Earle. Langs de weg loopt een fazant met haar kuikentjes en filmen we een makke
Rode patrijs. Gewone Hazen laten zich zien en overal lopen Konijntjes over de
weg. In Earle zetten we de auto strategisch langs het snelstromend beekje en na
nog geen vijf minuten wachten dienen de eerste vogels zich al aan.
Rouwkwikstaart, Putter, Groenling, Merel, Grauwe Vliegenvanger en Turkse Tortel
komen zich beurtelings laven en het is een gek gezicht om een koppel Rode
Patrijzen door het piepkleine dorpje te zien lopen. In Wooler eten we in het
locale “Café” bij twee zusters van respectabele leeftijd waarbij die welke we
meteen dopen als “pekinees schoothondje” meteen smoorverliefd wordt op me…. De
maaltijd smaakt ons evenredig met het “pinup gehalte” van de ons bedienende lady
en zonder de gebruikelijke “cup of tea” haast ik me weg. We rijden richting
Skylark Cottage waar we straks onze laatste nacht doorbrengen. Voor
éénmaal gaat de TV aan en Sonja wordt
halfgek wanneer Holland Italië verslaat met 3-0 maar ik maak me vlug uit
de voeten voor dit oranje geweld wanneer haar meegebracht rondzwierend oranje sjaaltje mij bijna een
oog kost!
DAG 5: 10 juni 2008 HOLY ISLAND – AVIMORE - ULLAPOOL - SCAURIE
Al vroeg rijden we via Aberdeen over de
wereldberoemde zalmrivier “The Spy” Schotland in en terwijl het landschap steeds
maar heuvelachtiger wordt bereiken we in de namiddag het mondaine Avimore.
We
zijn vroeg op ons schema en besluiten hier een uitgebreide stop te maken. ’s
Winters wordt hier flink geskied maar ik ken het gebied vooral als een
broedplaats van de Visarend. We worden door de manager van het ontmoetingcentrum
vriendelijk ontvangen en kunnen vanuit de schuilhut het nest met één daar op zittende
Visarend filmen. Helaas staat de hut….. 300 meter van het nest
verwijderd en zelfs met een 400 lens op de camera is het resultaat niet om naar
huis over te schrijven…. Net buiten het centrum kunnen we echter mooie beeldjes
schieten van makke, op voedersilo’s foeragerende Sijsjes en Vinken. Dé beste
plaats om een Visarend waar te nemen is nog altijd de nabijgelegen Inverdruie Fishfarm die
haar bijzonderste inkomsten nu niet meer uit de zakken van vliegvissers haalt
maar één schuilhut verhuurt aan vogelfotografen a ratio van zo’n slordige 150 £
per halve dag…. Ik praat over het eventueel filmen van deze vogels en krijg
meteen het deksel op de neus omdat filmwerk hier als een commerciële activiteit
wordt aanzien en je daarvoor toelating moet vragen aan allerlei
overheidsinstanties. Toch worden mij de formulieren via e-mail toegestuurd
(kreeg ik intussen) en wordt mij een plaatsje aangeboden vanaf juli.
De
resultaten zien er wel heel spectaculair uit, net als de prijzen trouwens…..
Vlak bij Avimore ligt Cairngorm, het hoogste bergplateau in
Groot-Brittannië waar
enkele soorten voorkomen die elders nogal zeldzaam zijn. Helaas is het weer
intussen zeer druilerig geworden en de top van de heuvel zit zelfs helemaal in
de mist. De sneeuw ziet er uitdagend uit maar ik hou het wijselijk maar op een
korte wandeling en een zoektochtje naar de Beflijster in de “tuin” van het
skistation levert alleen wat natte Graspiepers met jongen op. Terug op de
“North-snelweg” gaat het nu richting échte "Highlands" en net voor Ullapool valt de avond
en zien we de eerste Edelherten langs de weg. We besluiten zo dicht mogelijk bij
Handa Island een onderkomen te zoeken en laten dus het pitoreske haventje achter
ons om nu pas in echt “Hertenland” te komen. Overal zien we van zeer dichtbij de
uit de heuvels neergedaalde Edelherten langs de weg staan grazen. Verschillende
keren moeten we remmen voor dieren die de baan oversteken en ons staan aan te
gapen. Hopelijk wordt het filmwerk wat, want intussen is het daglicht nagenoeg
verdwenen…. Ons oponthoud breekt ons een beetje zuur op want in Scaurie houden 5
B&B’ hun deuren gesloten (het is intussen al 23.30’ geworden) maar gelukkig
vinden we nog een (duur) hotel die ons na aandringen toch een kamer aanbiedt.
Moe maar voldaan gaan we onder de wol.
DAG 6: 11 juni 2008 HANDA ISLAND – TROON
– BELFAST - GORT (IERLAND)
Na een chique en lekker ontbijt rijden we
op naar het 20 minuten noordelijker gelegen Tarbet waar we bij de lokale visser
een ticket kopen om vanaf half tien tot half vijf het Handa eiland te bezoeken.
Met een sympathiek Portugees paar maken we het korte overtochtje en worden we
verrast door een koppeltje Roodkeelduikers die over onze hoofden komen vliegen.
De landing gebeurt voorbeeldig en door twee vrijwilligsters worden we de boort
afgeholpen. Na de gebruikelijke uitleg over de geschiedenis van het eilandje (er
woonden mensen tot 1847) kunnen we op pad. De eerste vogel die we te zien
krijgen is een baltsende Watersnip die met haar “geblaat uit de hemel” direct
voor een passende sfeer zorgt. De zon breekt definitief door en we zien al gauw
waar we voor gekomen zijn; de eerste Grote Jagers dienen zich aan…. Wat een
majestieuze beesten zijn dat toch! Ik besluit de toer van het eiland niet te
maken maar mij te concentreren op deze vogels en blijf dan ook de ganse middag
rond deze plek hangen. Het is fantastisch om te zien hoe de jager komen
aangevlogen en dan vlak bij de kliffen een “boost” wind krijgen en als het waren
in èèn seconde 50 meter hoog worden geblazen. Hier zou je meteen vogel willen
zijn…. Rondom ons krijgen de uitgevlogen Tapuitenjongen door hun ouders voer
aangeboden en komen we op minder dan 10 meter van een nest met Noordse
Stormvogels te zitten.
Ook de
Kleine Jager nestelt op amper 10 meter van het pad
en sommige mensen worden zelfs “lastig” gevallen door de vogels, net zoals de
Noordse Stern dit doet. Op een klein meertje komen de Grote Jagers zich wassen
en we zien er hier wel 20 bijeen…. Wat een zicht zeg! Door het eigenaardig felle
licht heb ik heel wat moeilijkheden om scherpe foto’s te maken en de uren
vliegen zo voorbij. We verlaten met spijt het eiland en worden afgehaald met de
laatste boot. Met het Portugese echtpaar drinken we in het haventje nog een
lekkere Guinness en gaan vervolgens op zoek naar de Parelduiker. Die wordt op één
van de vele meren gevonden maar zit nogal ver om te fotograferen. We besluiten
op in Ullapool te overnachten en vinden er een fantastische B&B bij een oud
dametje die ons voor 1/3de van de prijs van het hotel het beste
ontbijt van onze vakantie bezorgd. Een aanrader! Op het dak van haar buur filmen
we de jongen van een Zilvermeeuwenpaar waarna we richting zuiden. Rond Aberdeen
zien we twee Rode Wouwen (er is, net als in Wales, een herintroductieplan bezig)
en rond 19.00 uur naar Troon rijden voor onze geplande ferry over de
Ierse Zee naar Ulster.
Sonja schudt even met het hoofd als ik mijn camera op het dek meeneem, maar het
levert mij wel vrij goede foto’s op van een dichtbij de boot vliegende Noordse
Pijlstormvogel. Ook Jan Van Genten en Noordse Storvogels volgen nue en toen de
boot maar een stevige zuid-wester gooit toch wat roet in het camerawerk… Na een
vlugge overtocht (zo’n hovercraft – catamaran ontwikkelt fantastische
snelheden), komen we omstreeks 23.uur aan in Befast en wordt het een lange,
vermoeiende rit door het mystieke, donkere Ierland tot halfvier ‘s morgens naar mijn vrienden in
Gort.
DAG 7: 12 juni 2008 GORT - KINVARA - BLACK HEAD - GORT
Een gat in de dag geslapen en pas om half elf opgestaan. Na wat gekeuvel met Norma en de tradionele Goudvinken in haar tuin te hebben gemist (op foto) vertrekken we richting kust om wat sightseeing te gaan doen. Vooreerst zeg ik hallo in de "Lough Cutra Estate". Sonja vind het kasteel en de landerijen “adembenemend” mooi en ik denk met weemoed terug aan mijn jacht- en visvangstavonturen die ik hier de afgelopen 20 jaar beleefde….. In Gort bezoeken we Coolpark waar Lady Gregory ooit haar stempel drukte en er nu een mooie tentoonstelling over de ondergrondse rivieren werd neergezet. De toren van Yates laten we links liggen en na een wijl kunnen we na het doorrijden van de fameuze “Burren” – een oeroud stenenlandschap - de oceaan bewonderen. Helaas zien we geen walvissen en/of dolfijnen. Het weer is echter weer fantastisch en we besluiten om er vandaag maar eens een “gewoon” toeristendagje van te maken. ’s Avonds maak ik voor iedereen Damhert klaar (die nog van het afgelopen seizoen in de vriezer zat van José) en met een volle buik kijken we naar de tweede match van Holland waar opnieuw voor een stunt wordt gezorgd en Frankrijk naar huis wordt gevoetbald met een 4-1 uitslag. Norma en Gerry kijken nogal verdwaasd op als Sonja haar oranje sjaaltje door de huiskamer vliegt….
DAG 8: 13 juni 2008 GORT - CLIFS OF MOHHER – ENNESYMON – FENORA - GORT
Vandaag maken we een boottocht mee naar de
spectaculaire Cliffs of Mohher. De kliffen zijn erom bekend als één van de
hoogste te zijn in Europa. Gelukkig heeft de boot een uur vertraging want na een
stresserende rit waarbij we twee maal verkeerd rijden komen we aan in het kleine
haventje van Doolin. We begroeten onze vriend John die we verleden jaar in
Lesbos leerden kennen en schepen in voor een boeiend zeetochtje. Op een
nabijgelegen eilandje zit een Zwarte Zeekoet en dra komen de eerste zeevogels in
de kijker.
Qua fotografie is dit tochtje niet erg interessant maar het
uizicht
en de natuurbeleving om de rotsen 250 meter recht uit de zee te zien rijzen met
de duizenden zeevogels die er voorbijvliegen is één van de hoogtepunten van onze
reis. Gerry en zijn broer Michel die zijn meegekomen vinden het ook allemaal fantastisch.
Wanneer de golven over de boeg slaan en menigeen nat wordt
beseft iedereen dat dit een prachtige natuurbeleving is. In gezelschap van John
rijden we nu naar de Cliffs van waaruit we bovenuit een prachtig zicht krijgen
op de zeevogelkolonies. Via hem worden we door een lokale ranger naar de plaats geleidt waar we de Alpenkraaien zouden moeten kunnen
waarnemen. Door het uitzonderlijk zonnige weer vallen de foto’s tegen maar dit
wordt toch mijn beste vieuw op deze soort ooit! Ik fotografeer hier ook nog een
vliegende Raaf met een ei van een Zeekoet in zijn bek. Enkele Antwerpse vissers die de cliffs bezoeken schrikken zich rot als ik hen in hun taaltje van antwoord dien
(Kaak kaak wa nen toeter va nen kaaiker da manneke mèèsleurt ….) en met John
rijden we samen naar Ennestymon. In het hart van het stadje vormt de rivier met
zijn talrijke watervalletjes een droomplaats voor het zien en fotograferen van
de Waterspreeuw en de Grote Gele Kwikstaart. Hier maken we dan ook uitgebreid
werk van (jammer van het harde licht) en bij valavond vertrekken we richting Fenora waar we na een tip van John een gemengde kolonie vinden van Grote Sterns
en Kokmeeuwen. Hier beleven we met een mooie zonsondergang de laatste minuten
van onze Ierland ervaring waarbij met het geschreeuw van de sterns en de meeuwen
het mystieke van dit groene eiland nog eens extra in de verf wordt gezet. Wat
werden we vandaag overstelpt met overweldigende natuurbeleving, ik had dit niet
willen missen…. In Gort eten we lekker bij een nieuwe Italiaan en na het ophalen
van mijn hoogzit (welke ik nu ga gebruiken om spechten te filmen…) rest ons
niets meer dan onze koffers te pakken om morgen af te reizen richting Londen….
DAG 9: 14 juni 2008 GORT - HOLLYHEAD - LONDEN
Vroeg eruit om via een voortreffelijk aangelegde snelweg al rap Dublin binnen te rijden. Onze boot gaat om elf uur en weer is het verbazend met welke snelheid deze HSS-Ferry ons over de zee doet zweven. Hel wat Noordse Pijlstormvogels weer,maar allen heel ver en niet fotografeerbaar. Vlak na de middag komen we in Wales aan waar we meteen door rijden en op de lange weg slechts één Rode Wouw en enkele Buizerds te zien krijgen. We komen ’s avonds aan in het hartje van Londen waar Max voor ons een hotelletje reserveerde die voor deze dure hoofdstad goedkoop blijkt te zijn. Na lange vermoeiende reis en een verrukkelijke maaltijd in een Indisch (Indiaans Sonja?) restaurant zijn de ultrazachte bedden een weldaad !
DAG 10: 15.06.2008 THUISREIS: LONDEN - OOSTENDE - ESEN
Om 8 uur staat Max en Fiona van
BIRDGUIDES
ons in de Hall op te wachten en kunnen we samen gezellig ontbijten. In de tuin
wordt met een kop koffie en onder het gekrijs van de Halsbandparkieten
heel wat besproken en blijkbaar zijn ze erg gelukkig
met hun cadeaus (Birdpixboek!).
We rijden mee naar hun bedrijf waar we een rondleiding krijgen in het
zenuwcentrum van BIRDGUIDES. Meteen kunnen we naar meegebrachte
filmstukjes kijken van de door mij gefilmde Kwartel (de Ochhh’s en Ahh’s zijn
niet uit de lucht) en met een cadeautje mee nemen we hartelijk afscheid. Op aanraden van
Max staan er nog twee locaties op ons programma. Vooreerst bezoeken we de
London Wetlands – verbazend hoe in het hartje van Londen een groot wetland ligt waar
Tureluurs en Kuifeenden broeden en de Meerkoeten mooier blijken dan bij ons (dixit Sonja!). Op
enkele zingende Kleine Karekieten, Rietzangers, Rietgorzen
en een artificiële broedwand met een mooie kolonie Oeverzwaluwen is er voor ons
echter weinig te beleven en het beste van dit (weeral dure) bezoek blijkt de
maaltijd in het restaurant te zijn. Na een korte rit komen we bij Kensington
Park
aan waar we naast veel gestreste Londenaren gelukkig nog mooie foto’s kunnen
maken van een Grijze Eekhoorn. De meest onaangename tijd van onze vakantie komt
er echter nu aan:het kost zowat 3 uur om uit Londen te raken voor we eindelijk
op de snelweg naar Ramsgate komen. Om halfzeven varen we af richting België en
het afschuwelijke eten wordt goed gemaakt door een lekkere fles Slovaakse wijn.
We komen om één uur aan in Oostende en van daar is het nog slechts een half
uurtje van huis…..
Rudi Debruyne, 19 juni 2008.
Foto cliffs Moher: Guy Wille, Foto Handa Island: Sonja Olthof, Foto Holy Island: Max Whitby
![]()